30 mei 2005  `Eindbestemming Zanderij`, een ode aan o.a. Knel

16 Jaar geleden stortte het vliegtuig met daarin het Kleurrijk Nederlands Elftal bij het Surinaamse Zanderij neer. Er vielen 176 doden te betreuren, 11 mensen overleefden de ramp. Eén van de slachtoffers was de 21-jarige NAC-speler Andro Knel.
Na de fatale klap en de identificering van de slachtoffers werd er spontaan een `altaar` bij de ingang van het NAC-stadion aan de Beatrixstraat opgezet. Wat volgde waren honderden bloemstukken.

Maanden geleden, het kan ook al een jaar zijn, belde ene Iwan Tol onderstaand ratdaxielid op om enkele zaken omtrent het overlijden, maar met name omtrent de enorme steunbetuiging vanuit NAC, goed in beel te krijgen. Hij wilde er namelijk een boek over schrijven. Het resultaat mag er zijn! `Eindbestemming Zanderij` is vanaf 3 juni in de winkel te koop. Een must voor iedere NAC-supporter!! Dagblad de stem besteedde er afgelopen zaterdag met een bijna volledige pagina uitgebreid aandacht aan:



`Het is hun verhaal, ik mocht het opschrijven`

Eindelijk erkenning van de ramp
Door Bas Timmers
Zaterdag 28 mei 2005 - Radjin de Haan werd op 7 juni 1989 wakker. Niet in een hotelbed, zoals gehoopt, maar tussen lijken bij vliegveld Zanderij. De voetballer was een van de elf overlevenden van de SLM-ramp, waar bijna het complete Kleurrijk Elftal om het leven kwam.- Journalist Iwan Tol bracht middels een prachtig boek een ode aan de jongens die op weg naar hun moederland stierven.

‘We gaan landen.’

‘Waar dan?’

‘Daar beneden op de landingsbaan.’

‘Maar ik zie geen landingsbaan.’

Met vlucht PY764 van Amsterdam naar Paramaribo ging zo ongeveer alles mis wat maar mis kon gaan op 7 juni 1989. Het toestel, de Anthony Nesty, kwam uit de failliete boedel van de beruchte maatschappij Arrow Air en was zo krakkemikkig, dat stukken van het vliegtuig met de hand bijgeschilderd waren. Door technische problemen kwam de kist met uren vertraging vanuit Miami aan in Amsterdam. Daardoor moest de landing in eindbestemming Paramaribo niet bij daglicht, maar in het schemerdonker bij dichte mist uitgevoerd worden.

Er was dus nauwelijks een landingsbaan te zien. Dat de navigatie-apparatuur op vliegveld Zanderij niet goed werkte, hielp ook al niet mee. En gezagvoerder Will Rogers was door zijn maatschappij SLM formeel geschorst na een reeks van incidenten, waaronder een landing in Miami op de verkeerde baan. Geen wonder bij iemand die contactlenzen nodig had voor veraf kijken en een bril voor lezen van dichtbij.

Vlucht PY764 kwam dus nooit aan in Paramaribo. „Ik ben er vorig jaar geweest. Het was echt bizar“, verzucht Tol. „Ze crashten echt een paar honderd meter van het vliegveld. Ze waren zó dichtbij.“

Het werd niet het veilige asfalt van de landingsbaan, maar de jungle. Een rode, stoffige bauxietweg waar de 176 overledenen naast elkaar gelegd werden. Onder hen veertien spelers van het Kleurrijk Elftal, jongens met Surinaamse roots die in dat land gingen voetballen. „Jongens op weg naar hun moederland, vol met dromen en idealen, die op een tragische manier om het leven kwamen. Dat gegeven fascineerde me destijds al meteen“, herinnert de auteur zich.

Maar het zou vijftien jaar duren voordat het idee voor een boek ontstond. Tol (31), tegenwoordig actief bij de regionale omroep RTV Noord-Holland, werkte in 2004 nog als redacteur voor het televisieprogramma Holland Sport. Hij had een interview met Edu Nandlal, een van de drie voetballers die de ramp overleefden. „Hij verloor daarna zijn vijfjarig zoontje door een hersentumor en lag in scheiding met zijn vrouw. Ik dacht: als dit verhaal me al zo aangrijpt, wat doen de verhalen van al die voetballers dan met me?“

Hij ging aan de slag en was verbaasd over de medewerking die hij van overlevenden en nabestaanden kreeg. „Aan de andere kant vonden ze het fijn hun verhaal eindelijk eens kwijt te kunnen. Ik was bij John Veldman thuis. Die heeft in de woonkamer een foto hangen van zijn overleden broer. Zijn zoontje vraagt steeds hoe hij was. Nu kan Veldman hem tenminste een boek geven over zijn broer. Ik zie het zo: het is hun verhaal, ik mocht het lenen en opschrijven.“

Eindbestemming Zanderij is een aangrijpend relaas. De flinterdunne lijn tussen leven en dood is voelbaar. Fysiotherapeut Rayen Bindraban checkt op Schiphol alvast zijn verzorgingskoffer in, maar vliegt pas drie dagen later, omdat hij nog een examen moet doen. Spits Hennie Meijer reist al een dag eerder met KLM en komt wél levend aan in Paramaribo. Winnie Haatrecht moet met zijn club Heerenveen nacompetitie spelen en stuurt daarom zijn broer Jerry. Die ruilt in het vliegtuig van plaats met Nandlal. Nandlal overleeft de klap, Haatrecht niet.

Het meest aangrijpend vond Tol de verhalen van Romena Stienstra, de vrouw van coach Nick. De echtgenote vond op Zanderij een boek dat haar man in het rampvliegtuig had gelezen. „Dat boek rook nog naar kerosine. Hij had passages onderstreept als ‘ik moet meer tijd aan mijn gezin besteden’, om aan haar te laten lezen na thuiskomst?“

Romena Stienstra had voor het vertrek van haar man drie angstaanjagende dromen.

‘De eerste keer werd ik wakker en sloeg ik Nick bijkans in elkaar. Ik schrok daar zelf van. In mijn tweede droom vielen m’n tanden uit en voelde ik een enorme kiespijn. In Suriname betekent dat dat je een dierbare gaat verliezen. In de laatste nacht voor zijn vertrek werd ik opnieuw wakker. Ik zag Nick kaarsrecht op zijn rug liggen, terwijl hij normaal gesproken altijd op zijn zij lag. Hij lag zo mooi, alsof hij was opgebaard. In die nacht heb ik achteraf afscheid van hem genomen. Ik mocht het kennelijk niet weten wat er ging gebeuren.’

Zulke verhalen van bijgeloof komen regelmatig voorbij in het boek. De auteur noemt ze typisch Surinaams. „Maar ik geloof het wel. Je intuïtie laat je nooit in de steek. Dat je achteraf denkt: had ik maar naar mijn gevoel geluisterd.“

Het dochtertje van Stienstra had kennelijk ook al een slecht voorgevoel. Ze ging aan de broekspijpen hangen van papa, hem smekend niet te gaan. Maar de trainer ging, samen met Andro Knel, toch richting vliegtuig.

Knel was amper 21 jaar. Linksback van NAC, opgegroeid in Rotterdam. De halfbloed voelde zich cru genoeg niet enorm verbonden met Suriname. Hij plukte zelfs wat toeristische boeken uit de bibliotheek, om in elk geval nog iets over het land te weten te komen.

Iwan Tol zocht Knels moeder, Anja van Dijk, op. „Ze kon het nog niet aan om een foto van haar zoon te zien. Ze was nog maar net over alle ellende heen, met hulp van een psycholoog, en had ook nog net een hartinfarct gehad.“

Een fragment uit het relaas van de moeder: ‘Op Radio Rijnmond hoorde ik dat er vijftien doden waren. Ik ben vreselijk gaan gillen. Ik belde naar het hotel in Suriname, in de hoop te horen dat de jongens er al waren. Maar alle lijnen waren dood. Ook op de redactie van Radio Rijnmond wisten ze niets. Totdat ik om half zes het Journaal zag. Daar lagen de lijken op een rij. Ze waren net niet helemaal afgedekt. Onder de dekens herkende ik Andro’s trainingsbroek en zijn trimschoenen.’

Bij NAC organiseerden supporters een indrukwekkend afscheid van de speler. Bij RBC vernoemden ze het supportershome in stadion De Luiten naar Wendel Fräser, die eveneens op Zanderij overleed. Zijn collega’s van RBC droegen hem naar het graf. Zijn jongere broer Hille Fräser heeft ergens in huis nog een videoband van de afscheidsdienst, maar hoeft die niet meer te zien.

‘Ik vond het verschrikkelijk. Er speelden zich dramatische scènes af. Er wilden zelfs mensen in het graf springen. Ik had geen vader en nu was ik ook mijn broer kwijt. Dat kon ik op dat moment niet aan.’

Andro Knel, Wendel Fräser, het zijn niet de meest aansprekende namen, geeft Tol toe. De ondertitel van het boek is ook ‘De vergeten ramp’. „Iedereen weet nog dat de Bijlmerramp gebeurde op een zondagavond, tijdens Studio Sport. Maar de SLM-ramp zijn de meesten vergeten. In Suriname vinden ze het een Nederlandse aangelegenheid, hier is het andersom.“

Het zou cru genoeg anders geweest zijn als Surinaamse helden als Ruud Gullit en Frank Rijkaard in het vliegtuig hadden gezeten. Het tweetal had nog competitieverplichtingen met AC Milan. „Anders zou er allang een boek over de ramp verschenen zijn. Maar minder aansprekende namen wil niet zeggen dat hun verhalen minder aansprekend zijn. Als je het verhaal van Andro Knel leest, krijg je er toch een bepaald gevoel bij.“

Maar, zo benadrukt de auteur terecht, het gebrek aan aandacht voor de tragedie blijft vreemd. In Suriname moest hij zelfs constateren dat het herdenkingsmonument in eenzelfde staat van onderhoud verkeert als de Anthony Nesty destijds. Rond de gedenkplaats liggen zelfs nog stukjes van het vliegtuig. Misschien zorgt Eindbestemming Zanderij er wel voor dat het monument de verdiende opknapbeurt krijgt. En wordt de noodkreet van nabestaanden om de tragedie nooit te vergeten, zoals één van de moeders het zo mooi verwoordde in een gedicht, eindelijk beantwoord.


Streep hun namen niet door

Al zijn ze tot stof vergaan

Streep hun namen niet door

Alsof ze nooit hebben bestaan


Bron : bn de stem, De Rat

 
<< Back <<
      © www.derat.nl
>> Reageer >>